The making of … Rijke mensen sterven niet


Rijke mensen sterven niet


Vrijdag 7 juli 2017

En dan heb je je boek gepresenteerd en kun je alleen maar afwachten. Hoe worden de recensies? Belangrijker nog, krijg je recensies. Stel je voor dat je doodgezwegen wordt. Niet de moeite waard om er een woord vuil aan te maken! 

Gelukkig kwamen ze er. In Trouw, NRC en het Nederlands Dagblad. Ook op de website Hebban.nl staat een aantal prachtige samenvattingen. In bijna alle recensies staan wel foutjes en soms zelfs knoepers van fouten. Recensenten hebben blijkbaar haast; er moeten nog meer boeken worden beschreven. Ik vind het van ondergeschikt belang; ben veel te blij dat er zo positief over me wordt geschreven!

Ook de vasthoudende meneer X uit mijn boek is weer in de pen geklommen; heb er zin an!

Wat nog niet zo goed uitpakt, zijn de boekhandels. Die hebben maar mondjesmaat mijn boek besteld, en dus ligt het nergens -laat staan prominent- in de schappen. Wie nog een briljant idee heeft om dat voor elkaar te krijgen, graag! Ondertussen stook ik de mensen in mijn omgeving op om gewoon bij de eigen boekhandel binnen te stappen en te vragen naar Rijke mensen …. 


Woensdag 8 juni 2017

Schrijvende kaboutertjes

Op de een of andere manier dacht ik dat kaboutertjes bij de uitgeverij de correcties deden. Je leverde een script af vol spelvauten, en een week later kreeg je het terug, prachtig gecorrigeerd volgens alle spelling- en taalregels.

Nee dus.

Vier jaar geleden ongeveer begon ik met het schrijven van mijn boek Rijke mensen sterven niet, maar het schrijven lijkt me - achteraf - lang niet zo arbeidsintensief als de afgelopen maanden vol correctieronden.

Schrik overigens niet van de vier jaar. Ik zat lang niet altijd achter de computer voor mijn boek. Er moesten hectares grasveld gemaaid in Frankrijk, voodoo-praktijken gevolgd in Benin, en rebelse jongeren gevolgd in Congo. Daarnaast was ik – naar mijn idee – steeds maar bezig met het aanvragen van subsidies, waarvan het merendeel steeds maar weer werd afgewezen om steeds weer andere redenen.

De correctieronde begon ergens in november vorig jaar. Ik stuurde de tekst die bijna af was, naar mijn redacteur bij Atlas Contact, Bertram Mourits. Een spannende maand volgde, want een definitief ‘thumbs up’ had ik tot dan toe niet gehad. 

Een eerste poging van drie hoofdstukken, werd zacht maar genadeloos teruggestuurd: te abstract, te zwaar analytisch, het menselijke werd node gemist. Of ik niet beter mijn reizen naar Rwanda en Congo als uitgangspunt kon nemen?

Ik las de hoofdstukken nog eens door en kon niet anders dan ze gelijk geven. Maar dat was wel een sombere week vol drank later. Weer drie weken later zat ik in Frankrijk op een schrijverscursus. Ik had me heilig voorgenomen NOOIT naar zoiets te gaan. Het kon niet anders of er zaten uitsluitend gemankeerde schrijvers die heel interessant deden, maar elk excuus gebruikten om maar niet te hoeven schrijven.

Dat viel zeer mee. Ik had een hele plezierige week met leuke mensen en leerde er ook nog wat. Al weet ik nu niet meer precies wat dat was. Maar het tweede hoofdstuk van mijn boek werd daar geschreven. Het eerste hoofdstuk schreef ik pas in december vorig jaar, tegelijk met het laatste hoofdstuk.

Mijn reizen als uitgangspunt bleek een gouden tip van Bertram. Het schrijven verliep opeens een stuk makkelijker, omdat ik heel dicht bij mijn eigen ervaringen kon blijven. Bijna had ik heel dicht bij mezelf geschreven. Oef. 

Vlak voor kerstmis kwam het verlossende woord van Bertram. Atlas Contact vond het boek goed en spannend en ging het drukken. Ik deed een dansje onder de Douglas bij ons langs het pad die geldt als kerstboom en hief met glimmende wangen het glas met echtgenoot. Die wist nog niet dat we eerder terug naar Nederland gingen, omdat er een portretfoto gemaakt werd voor het omslag.

In het nieuwe jaar werd Marcella van der Kruk mijn redacteur. Ook zij las mijn boek van voor tot achter en had een aantal zeer relevante vragen en opmerkingen. Ik nam ze mee naar Benin, waar ik tussen de lessen door, alle vragen probeerde te beantwoorden. Ik had inmiddels ook een korte geschiedenis geschreven – dankzij veel bronnen op internet – van Rwanda, Congo en Burundi, omdat lang niet iedereen die complexe achtergronden kent. Het was voor mij trouwens ook een leerzame exercitie om alles op een begrijpelijke rij te zetten.

Vervolgens ging het aangepaste manuscript naar een professionele corrector. Zij hanteerde streng doch rechtvaardig het rode potlood en had op haar beurt weer wat vragen. Van haar leerde ik dat er best een komma achter ‘en’ mag als er een rust nodig is. Ook weet ik nu dat namen van tijdschriften en kranten cursief moeten en dat een gedachtestreepje zowel voor als achter een spatie heeft – ja – zo.

Halverwege deze intensieve correctieronde sloeg midden in de nacht de schrik mij om het hart. Had ik alle jaartallen wel gecontroleerd? Alle bronnen nog eens nagezocht? Had ik alle kwetsbare mensen voldoende anoniem gemaakt?

En dus was ik nog een week extra bezig met factchecken van mijn eigen boek.

Inmiddels had de ontwerper een prachtig omslag gemaakt. Zijn eerste ontwerp was wat ongelukkig – hij had de schedels van het genocidemonument in Kigali genomen. Een begrijpelijke keuze voor iemand die niet de actuele achtergronden kent van het land.

We zijn inmiddels begin mei als de echte drukproef wordt opgestuurd. Ik begon aan de tiende – en voorlopig laatste- keer dat ik mijn boek in het geheel doorlas. 

Ik had net de correcties doorgegeven en plaatste blij een bericht op facebook, toen ik op die foto nog een vaut ontdekte. Gelukkig kon die er nog worden uitgehaald.

Het schrijven is even afgelopen, nu begint de publiciteitscampagne. Ik hoef jullie niet te vertellen: Koop dat boek. Ik ga er van uit dat jullie dat allemaal doen. Wel zou ik aan jullie willen vragen: Zegt het voort.

Op 21 juni ligt het in alle echte en virtuele boekhandels, op 26 juni is de officiele boekpresentatie in Nieuwspoort.

De afgelopen maanden waren intensief en mijn website werd het kind van de rekening. Vanaf vandaag komt daar verandering in. Er is meer dan genoeg te vertellen over Rwanda, Congo en Burundi.


Vrijdag 10 februari 2017

Het heeft even geduurd, maar Het Boek is bijna klaar en er is een publicatietermijn vastgesteld: ergens in juni dit jaar. Samen met uitgever Atlas Contact ben ik bezig met het uitzoeken van een omslag. Over de titel zijn we het eens RIJKE MENSEN STERVEN NIET, over de ondertitel zijn we nog in discussie. Zij stellen Ontmoetingen in Rwanda en Congo voor, maar ik vind dat te weinig zeggen. Deze dagen breek ik dus mijn hoofd over de ondertitel.

Het schrijven bleek uiteindelijk -na een lastig begin- vrij soepel te lopen. Een eerste concept stond bol van de analyses, taaie geschiedenissen, verwijzingen. Kortom, niet leesbaar voor de gemiddelde mens. En dus besloot ik op aanwijzing van de uitgever het verhaal te vertellen vanuit mijn eigen ervaringen in Congo en Rwanda. Dat bleek best spannend te zijn volgens de mensen die zo aardig waren het boek in concept te lezen en hun opmerkingen te geven.

Ik ben van plan het boek te presenteren in Nieuwspoort met een debat natuurlijk. Over het precies thema denk ik nog na, maar uiteraard staat de verhouding Rwanda-Congo, de mensenrechten en de oorlog op de agenda. Een juiste datum is er nog niet, zodra die er is, komt die op mijn site te staan. Wie dat leest, is van harte uitgenodigd!

In de zijbalk staat het omslag en lees hieronder alvast de intro van mijn boek!


Introductie

Het is begin december 2016. Opeens ben ik het zat. Weer staan mensen aan me te trekken, weer krijg ik van alles naar me toe gegooid. Nu geen aardappelen en stenen, zoals de vorige keer in de haven van Goma, maar jerrycans en zand. Waarom sta ik hier in godsnaam foto’s te maken? Voor wie? 

Ik leg een beschermende arm om mijn camera en baan me een weg door boze mensen naar de motard die iets buiten het gewoel op me wacht. Ik voel me ellendig en alleen. Het gebeurt me niet vaak, maar als ik achter op de motor zit, moet ik grote moeite doen niet te huilen.

Een week later zit ik op enkele zwarte lavablokken aan de rand van het Kivumeer en knijp mijn ogen een beetje dicht in het felle zonlicht. Iets verderop zijn jongens bezig met het wassen van brommers en auto’s. Er klinkt gelach. ‘Hé Mzungu, ça va?’, roept een van de jongens en hij zwaait. Ik zwaai terug en steek mijn duim in de lucht. Ik lieg dat ik barst met dit gebaar. Het gaat helemaal niet goed. Niet met dit land, niet met dit gebied, niet met de vrienden die hier vandaan komen. 

2016 was een regelrecht rampjaar. 

Collega-journalisten uit Rwanda, Burundi en Congo moesten vluchten of werden gearresteerd. Een Rwandees journalist mailde me dat hij in een kamp zat met vrouw en kind en niet wist of hij morgen wel te eten zou hebben. Een bevriende Nederlandse advocate werd Rwanda uitgegooid. Twee Rwandezen over wie ik de afgelopen jaren veel schreef, werden door Nederland naar Rwanda op een vliegtuig gezet, hoewel vaststaat dat ze daar geen enkele hoop op een eerlijk proces hebben. Een aantal Rwandezen in Nederland wordt met uitzetting bedreigd omdat ze beschuldigd worden van massamoord, terwijl het bewijsmateriaal meer gaten vertoont dan een vergiet. Victoire Ingabire, Rwandees politica verhuisde dit jaar van haar relatief veilige isoleercel naar het algemene vrouwengedeelte van de centrale gevangenis in Kigali. Goede vriend en Congolees mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira isoleerde zich dit jaar zich steeds meer na zijn traumatische ontvoering en marteling en Lin, de echtgenoot van Victoire Ingabire, raakte door een zeldzame bacterie verlamd aan armen en benen. President Paul Kagame kreeg het voor elkaar om alles zodanig naar zijn hand te zetten dat hij nog tot ver in de jaren dertig als autocraat kan heersen. Zijn buurman en collega in Congo, Joseph Kabila, zorgde voor chaos en veel gewonden en doden, door in 2016 ook te weigeren het veld te ruimen, terwijl hij grondwettelijk geen poot meer heeft om op te staan als president.

Zelf werd ik veroordeeld door de Raad voor de Journalistiek, kreeg te maken met een hardnekkige stalker en werd officieel ‘vijand van het Rwandese volk’.

Ik zit op de zwarte lavablokken en kijk naar de overkant van het Kivumeer. De blikkerende daken van de huizen in Rwanda zijn goed te zien. De grenspost tussen Goma in Congo en Gisenyi in Rwanda is maar enkele honderden meters hiervandaan. Die douanepost komt met enige regelmaat in mijn nachtmerries voor, sinds ik een aantal keren ben geweigerd en er dagen op de stoep heb gebivakkeerd. Ik heb er niets te zoeken; een visum, zelfs een transitvisum krijg ik niet meer als vijand van het volk. Ook hier in Congo is mijn werk niet vanzelfsprekend. Ik maakte kennis met de gevangenis in Kinshasa en werd bedreigd en gechanteerd door de politie. Lokale journalisten worden gearresteerd of gemolesteerd als ze kritisch zijn; in de aanloop van de verkiezingen dit jaar die niet plaatsvonden werd Westerse collega’s de toegang geweigerd. Bij elk kritisch stuk dat ik schrijf over Congo of Burundi moet ik me afvragen of dit stuk kan betekenen dat ik de volgende keer geen visum krijg. Of dit zelfcensuur tot gevolg heeft, weet ik niet precies. Ik zeg tegen mezelf dat het niet zo is, maar natuurlijk is volledige vrijheid om te schrijven weg.

Ik zit op de zwarte lavablokken en kijk naar de jongens. Ze gooien natte lappen naar elkaar en lachen, onbekommerd, zo lijkt het. 

In 2009 kwam ik voor het eerst in Rwanda en Congo. Ik had nog geen flauw idee dat elk woord consequenties kon hebben. Voor mijzelf, maar veel meer nog voor de mensen die ik ontmoette, voor de mensen die mijn vrienden werden. 

Ga mee op reis en leer Victoire Ingabire Umuhoza kennen; zij zit inmiddels al jaren in de gevangenis, omdat ze president van Rwanda wilde worden. 

Schudt de hand van Sylvestre Bwira, mensenrechtenactivist uit Congo die werd ontvoerd en gemarteld door rebellen; uit lijfsbehoud zijn land moest ontvluchten en via een rode loper in Nederland terechtkwam.


30 december 2013 

Net voor de kerst een blij bericht: Het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten geeft me subsidie, zodat ik de komende twee maanden kan schrijven. Het invullen van zo'n aanvraag is een vak apart, dat geldt zeker voor het aanvragen van susidie voor de documentaire die ik wil maken. 

Donderdag 8 augustus 2013

Het gaat er nu echt van komen: een BOEK. Na mijn Congo-reis teken ik een contract met uitgeverij Atlas. Waar gaat het over? Over mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira en oppositieleider VIctoire Umuhoza: wie zijn ze, wat doen ze en waarom doen ze wat ze doen? Over Congo en Rwanda: wat gebeurt er en valt te ontdekken waarom het gebeurt? Over mijzelf: over mijn ervaringen in beide landen, mijn ontmoetingen met Ingabire en Bwira, hoe journalistiek te bedrijven en de journalistieke keuzes. Heb ontzettend veel zin om er echt aan te beginnen. 

Maar eerst volgende week zaterdag naar Entebbe en naar Goma. Ben erg blij dat ik niet via Nairobi reis, want dat vliegveld ging gisteren in vlammen op. Voorlopig zit het  potdicht! Oorzaak van de brand nog niet echt bekend, waarschijnlijk ontploffende gastanks. Oorzaak van de enorme schade: te weinig brandweerwagens, onbereikbare onvoldoende bluswater. In Kenia wordt niet veel geld uitgegeven aan dit soort elementaire voorzieningen.

Meeste dingen voor de reis geregeld: mijn fixeer weet wat hij moet doen en heeft al een bevestigingsmailtje gestuurd. Visum heb ik, accreditatie heb ik. Heb nog geen bevestiging van de VN-vredesmacht dat ik met hen van Entebbe naar Goma kan vliegen. Vroeger zou ik me daar druk over hebben gemaakt, nu zie ik wel. Dan maar een of twee dagen later naar Goma. Meestal komt het op het laatste nippertje wel goed. 

Ben benieuwd wat ik aantref in Goma. Niet alleen als het gaat om de politieke en militaire situatie, maar hoe gaat het met mijn vrienden. Wie ligt er in het ziekenhuis met malaria? Wie is onbereikbaar omdat hij zich schuilhoudt in de bush? Erg leuk: een van mijn 'zonen' studeert af als agronoom, juist in de periode dat ik er ben. Interessant om te zien hoe dat gaat!

Oh ja, en het Filmfonds heeft de aanvraag voor de documentaire afgewezen: we mikken niet op bioscopen en zowel regisseur als producers hebben te weinig ervaring. Maar het idee blijft rechtover eind staan: dat vinden ze waardevol en prachtig. Dat is het allerbelangrijkste! Volgende week gaan we kijken hoe we meer ervaring in huis kunnen halen.